Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.De feiten
zsmover te plaatsen naar een FPK en zijn straf op een artikel 15.5 uit te laten zitten. Gezien de urgentie van de overplaatsing is een
spoedige overplaatsingeventueel met voorrang aanbevolen.
Rechtbank Den Haag
De gedetineerde, veroordeeld in Noorwegen en overgebracht naar Nederland, vordert strafonderbreking dan wel plaatsing op een forensisch psychiatrische afdeling (FPA) vanwege zijn ernstige psychische en fysieke klachten. Diverse rapporten tonen een posttraumatische stressstoornis en depressieve symptomen, maar behandeling in detentie blijkt moeizaam en plaatsing op een FPA werd afgewezen.
De selectiefunctionaris en de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) hebben zijn verzoeken tot strafonderbreking en overplaatsing afgewezen, waarbij is geoordeeld dat de benodigde zorg binnen detentie kan worden geboden. De gedetineerde heeft geen beroep ingesteld tegen de laatste afwijzing van strafonderbreking.
De rechtbank oordeelt dat besluiten over strafonderbreking en plaatsing op een FPA exclusief aan de selectiefunctionaris toekomen, met een beroepsmogelijkheid bij de RSJ die als een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang geldt. Hierdoor sluit het gesloten stelsel van rechtsmiddelen de weg naar de burgerlijke rechter af. Het ontbreken van een mondelinge behandeling in de RSJ-procedure vormt geen schending van hoor en wederhoor. De vorderingen worden daarom afgewezen en de gedetineerde wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de gedetineerde af en veroordeelt hem in de proceskosten.