ECLI:NL:RBDHA:2015:9592
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf voor nareis meerderjarige dochter
Eisers, een meerderjarige zoon en dochter van een Syrische referent met een verblijfsvergunning asiel, hebben beroep ingesteld tegen de afwijzing van hun machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat eisers bij vertrek meerderjarig waren en er geen sprake was van meer dan normale emotionele banden.
De rechtbank overweegt dat de Gezinsherenigingsrichtlijn niet van toepassing is op vreemdelingen met een verblijfsvergunning op grond van subsidiaire bescherming, zoals de referent. De toetsing aan artikel 8 EVRM Pro vindt plaats in een reguliere verblijfsprocedure, niet in de nareisprocedure. De rechtbank oordeelt dat de afwijzing voor de zoon terecht is omdat hij zelfstandig in zijn levensonderhoud voorziet.
Voor de dochter is het besluit onvoldoende gemotiveerd omdat zij tot aan het vertrek deel uitmaakte van het gezin, niet in eigen levensonderhoud voorzag en geen eigen gezin had gesticht. De rechtbank vernietigt het besluit voor zover het haar betreft en draagt op tot een nieuw besluit. Het beroep van de dochter wordt gegrond verklaard, dat van de zoon ongegrond.
De rechtbank wijst het betaalde griffierecht aan de dochter toe en veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van de meerderjarige dochter wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, het beroep van de zoon wordt ongegrond verklaard.