ECLI:NL:RBDHA:2015:9591
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens verbroken feitelijke gezinsband bij nareis Syrië
Eiseres, een Syrische vrouw geboren in 1995, en haar minderjarige dochter vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan in het kader van nareis bij haar vader, die een verblijfsvergunning asiel heeft op grond van subsidiaire bescherming. De aanvraag werd afgewezen omdat eiseres een eigen gezin had gesticht, waardoor de feitelijke gezinsband met haar ouders was verbroken.
Eiseres betoogde dat de feitelijke gezinsband was hersteld omdat zij na de vermissing van haar echtgenoot weer bij haar ouders was gaan wonen en financieel afhankelijk van hen was geworden. Zij voerde tevens aan dat verweerder ten onrechte niet vol had getoetst aan artikel 8 EVRM Pro en de Gezinsherenigingsrichtlijn.
De rechtbank oordeelde dat de Gezinsherenigingsrichtlijn niet van toepassing is op personen met een verblijfsvergunning op grond van subsidiaire bescherming. Verder is volgens het geldende beleid de feitelijke gezinsband verbroken door het stichten van een eigen gezin en kan deze niet worden hersteld. De financiële afhankelijkheid van eiseres is onvoldoende om de gezinsband te herstellen. Ook is geen aanleiding om af te wijken van het beleid. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Ten slotte oordeelde de rechtbank dat verweerder terecht geen hoorplicht had in bezwaar, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag tot machtiging tot voorlopig verblijf wordt afgewezen.