Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 21 juli 2015 in de zaak tussen
[eiseres] , wonende te [plaats 1] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
Art.1
Voornoemde werkzaamheden omvatten onder meer doch niet enumeratief, het opstellen van behandelmethoden en –planningen in de ruimste zin van het woord, het maken van offertes voor uit te voeren behandelingen en de daarbij behorende nacalculatie, het plannen van de werkzaamheden en het beheren van de agendas, het voeren van vaktechnisch overleg met collega-tandartsen te België en bestuurlijk- en managementoverleg, het bestuderen van vaktechnische tijdschriften, vaktechnische ontwikkelingen en –producten, het verzorgen van de administraties van de praktijken, het reizen van [plaats 1] naar [plaats 2] vise versa, alles ten behoeve van de ondernemingen, tandartspraktijken van [de echtgenoot ] en [eiseres], dit gedurende ongeveer 12 tot 15 uren gemiddeld per week per praktijk.
Vergoeding
€ 5.744 -/-
€ 3.850
- het opstellen van behandelmethoden en –planningen in de ruimste zin van het woord;
- het maken van offertes voor uit te voeren behandelingen en de daarbij behorende nacalculatie;
- het plannen van de werkzaamheden en het beheren van de agenda’s;
- het voeren van vaktechnisch overleg met collega-tandartsen te België en bestuurlijk- en managementoverleg;
- het bestuderen van vaktechnische tijdschriften, vaktechnische ontwikkelingen en -producten;
- het verzorgen van de administratie van de praktijken
- het reizen van [plaats 1] naar [plaats 2] en omgekeerd.
De echtgenootEiseres
€ 8.579 € 3.181
Inkomen uit werk en woning
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de belastingaanslag tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 133.979 en vermindert de beschikking heffingsrente dienovereenkomstig;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 734;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 45 aan eiseres te vergoeden.