ECLI:NL:RBDHA:2015:8709
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag op grond van Dublin III-verordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
De asielaanvraag van eiser werd afgewezen omdat Italië op grond van de Dublin III-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag. Eiser stelde dat terugkeer naar Italië een schending van artikel 3 EVRM Pro zou opleveren vanwege slechte behandeling en beperkte toegang tot rechtsbijstand. Hij verwees naar rapporten van AIDA en ASGI.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk is dat Italië zijn verdragsverplichtingen niet nakomt en dat de situatie in Italië niet zodanig is dat overdracht leidt tot een schending van artikel 3 EVRM Pro. Eiser kon niet aantonen dat hij als uitgeprocedeerde asielzoeker moest worden aangemerkt of dat hij geen toegang had tot rechtsmiddelen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen werd afgewezen. De rechtbank benadrukte het belang van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en verwees naar eerdere jurisprudentie en rapporten die de situatie in Italië toelichten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.