ECLI:NL:RVS:2015:1677
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende opvanggaranties Italië
De vreemdeling diende op 8 mei 2014 een asielaanvraag in Nederland in, na via Italië het Europees grondgebied te zijn binnengekomen en daar geregistreerd te zijn. De staatssecretaris wees de aanvraag op 15 augustus 2014 af, waarna de rechtbank dit besluit in september 2014 bevestigde. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de overdracht van de vreemdeling en haar minderjarige kinderen aan Italië op grond van de Dublinverordening. De vreemdeling voerde aan dat Italië onvoldoende opvangvoorzieningen biedt, waardoor overdracht in strijd zou zijn met artikel 3 EVRM Pro. De rechtbank oordeelde echter dat geen sprake was van een schending van artikel 3 EVRM Pro.
De Raad van State stelde vast dat zonder garanties van de Italiaanse autoriteiten over passende opvang en gezinsbehoud overdracht aan Italië wel degelijk een schending van artikel 3 EVRM Pro zou opleveren, verwijzend naar het arrest Tarakhel van het EHRM. Omdat de staatssecretaris ten tijde van het besluit geen dergelijke garanties had verkregen, was het besluit onrechtmatig en werd het vernietigd.
Na overleg over garanties van Italië en toezeggingen over communicatie en opvang, handhaafde de Raad van State de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit voorlopig. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1.470,00.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.