ECLI:NL:RBDHA:2015:8343
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verblijfsweigering wegens onvoldoende belangenafweging gezinsleven
Eiser, met Azerbeidzjaanse nationaliteit, heeft langdurig in Nederland gewoond en verzocht om een verblijfsvergunning op humanitaire gronden om bij zijn echtgenote en kinderen te verblijven. Het bestreden besluit weigerde deze vergunning, mede vanwege een eerdere strafrechtelijke veroordeling en het ontbreken van een geldige verblijfstitel.
De rechtbank stelt vast dat de staatssecretaris niet alle relevante feiten heeft betrokken, zoals het feit dat ook de echtgenote van eiser op jonge leeftijd naar Nederland kwam en dat het gezinsleven reeds bestond vóór de gepleegde delicten. Tevens is onvoldoende rekening gehouden met het tijdsverloop sinds de delicten en het ontbreken van recidive.
De belangenafweging is daardoor onvoldoende gemotiveerd en niet in balans met artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank vernietigt het besluit en draagt op tot een nieuw besluit, waarbij ook proceskosten worden toegewezen aan eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende belangenafweging.