Uitspraak
RECHTBANK DEN-HAAG
[eiseres],
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
9 juli 2015.
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke is afgewezen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van haar aanvraag op grond van de Dublinverordening. Eiseres heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en mocht de behandeling in Nederland afwachten.
Na vertrek uit Nederland naar Turkije om zich bij haar zieke echtgenoot te voegen, werd eiseres op 13 april 2015 door de Vreemdelingenpolitie Limburg-Noord als MOB (Met Onbekende Bestemming) verklaard. De rechtbank stelde vast dat eiseres geen onderbouwing gaf over haar vertrek, verblijfplaats en omstandigheden, waardoor zij onvoldoende procesbelang had bij de beoordeling van haar beroep.
De rechtbank verwierp het beroep op eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, omdat die een andere situatie betrof. De enkele stelling dat eiseres prijs stelde op behandeling van haar beroep en het contact met haar gemachtigde waren onvoldoende om procesbelang aan te nemen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees zij een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na vertrek uit Nederland.