Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- de conclusie van repliek, tevens akte vermeerdering van eis, met productie 19,
- de akte vermeerdering van eis van 4 december 2013, met productie 20,
- de conclusie van dupliek van SDT, met producties 14 tot en met 21,
- de conclusie van dupliek van de Staat, met producties 1 en 2,
- de akte overlegging producties van de zijde van Acer c.s., met producties 21 tot en met 36,
- de akte overlegging aanvullende producties van de zijde van Acer c.s., met producties 37 en 38,
- de beschikking van 24 april 2014 waarbij een pleidooi is bepaald op 25 september 2014.
- de conclusie van repliek, tevens houdende wijziging van eis, met producties 14 tot en met 27,
- de akte houdende overlegging aanvullende producties, tevens houdende een verdere concretisering van de vorderingen, met (opnieuw) productie 27,
- de conclusie van dupliek van SDT, met producties 19 tot en met 27,
- de conclusie van dupliek van de Staat,
- de akte houdende overlegging producties, tevens aanvulling van grondslag van eis, van de zijde van Nokia, met producties 28 tot en met 52,
- de beschikking van 24 april 2014 waarbij een pleidooi is bepaald op 25 september 2014.
- de beide dagvaardingen tot vrijwaring, met producties 1 tot en met 4,
- de conclusies van antwoord, met producties 1 en 2,
- de tussenvonnissen van 30 april 2014.
- de door de advocaat van Acer c.s. gehanteerde pleitnotities, met in die pleitnotities doorgehaald de paragrafen 55 en 59 tot en met 63 welke niet zijn gepleit, en de door de advocaten van Nokia gehanteerde pleitnotities, aan de hand van welke pleitnoties voor zover van belang in de zaak van de ander door alle advocaten zowel in de zaak van Acer c.s. als in de zaak van Nokia is gepleit, en
- de door de Staat gehanteerde pleitnotities en de door SDT gehanteerde pleitnotities, waarbij heeft te gelden dat hetgeen door de Staat is aangevoerd ook is aangevoerd namens SDT en andersom voor zover het aangevoerde niet de verhouding tussen en de verschillende verantwoordelijkheden van de Staat en SDT betreft.
2.De feiten
- De tijd besteed aan het bekijken van audiovisueel materiaal is ondanks de opkomst van nieuwe media sinds 1975 nauwelijks veranderd (na een tijdelijke toename tussen 1985 en 2000).
- De tijd besteed aan het beluisteren van radio en muziek is sinds 1975 gestaag gedaald; het beluisteren van muziek (excl. radio) is sinds 2006 ongeveer gelijk gebleven.
- Niet bekend is welk deel van deze luistertijd wordt ingenomen door thuiskopieën.
3.Het geschil
in de hoofdzaken
4.De beoordeling
ACI/Thuiskopie, r.o. 5.1.3). De rechtbank zal dan ook niet oordelen tot onverbindendheid en onrechtmatigheid van (het vaststellen en effectueren van) de AMvB’s op grond van onjuiste omzetting van de richtlijn.
Amazon, hierna: het Amazon-arrest, r.o. 51). De rechtbank passeert aldus het standpunt van Acer c.s. en Nokia dat de AMvB’s vanwege de wijze van berekening van de hoogte van de thuiskopievergoeding onrechtmatig zijn.
“[minimale] […] schade” echter geen betalingsverplichting in het leven kan roepen.
Staat/Norma, r.o. 4.2.6, onder verwijzing naar het Padawan-arrest, rechtsoverwegingen 55 en 56 en het Amazon-arrest, rechtsoverwegingen 41 en 42). Daarvan uitgaande is het aanwijzen van de hiervoor genoemde apparaten zonder meer gerechtvaardigd. Het staat immers buiten kijf dat met die apparaten kopieën kunnen worden gemaakt en dat die apparaten onder meer aan natuurlijke personen in hun hoedanigheid van privégebruikers ter beschikking worden gesteld (zie over de professionele gebruikers hierna r.o. 4.32 e.v.).
(€ 589,- griffierecht en € 76,71 kosten dagvaarding) aan verschotten voor Nokia, derhalve op € 2.489,82 in totaal voor Acer c.s. en € 2.473,71 voor Nokia.