ECLI:NL:RBDHA:2015:7359

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 juni 2015
Publicatiedatum
29 juni 2015
Zaaknummer
AWB - 15 _ 1025
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15, vierde lid, Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir)
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen herziening en terugvordering kinderopvangtoeslag 2013 en 2014

Eiser diende op 16 juli 2013 een aanvraag in voor kinderopvangtoeslag over 2013, welke geacht werd mede voor 2014 te gelden. Voor beide jaren werden voorschotten toegekend, respectievelijk €9.884 en €10.262. Na verzoek om aanvullende informatie over betaalbewijzen, facturen, opvangcontracten en werkgegevens, leverde eiser onvoldoende bewijs.

Verweerder herzag daarop de voorschotten naar nihil en vorderde de reeds betaalde bedragen terug. Eiser maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank oordeelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt te voldoen aan de wettelijke vereisten voor kinderopvangtoeslag, mede doordat betaalbewijzen en contracten ontbraken en geen inzicht werd gegeven in de werksituatie.

Daarom is het beroep ongegrond verklaard en zijn de herzieningen en terugvorderingen terecht. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is mondeling gedaan op 25 juni 2015 door rechter Lips.

Uitkomst: Het beroep tegen de herziening en terugvordering van de kinderopvangtoeslag 2013 en 2014 is ongegrond verklaard.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Team belastingrecht
zaaknummers: SGR 15/1025 en SGR 15/1027

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van25 juni 2015 in de zaak tussen

[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser(gemachtigde: mr. D.C.A. van Wessel),

en

[P] , verweerder.

De bestreden beslissing op bezwaar

De uitspraak van verweerder van 22 december 2014 op het bezwaar van eiser tegen de hierna onder 5 te noemen herziene voorschotbeschikkingen kinderopvangtoeslag voor de berekeningsjaren 2013 en 2014.

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 juni 2015.
Eiser is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [vertegenwoordiger] .

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Op 16 juli 2013 heeft eiser een aanvraag kinderopvangtoeslag over het berekeningsjaar 2013 ingediend. Op grond van artikel 15, vierde lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) wordt deze aanvraag geacht mede te zijn gedaan voor de daaropvolgende berekeningsjaren.
2. Met dagtekening 30 april 2014 is aan eiser voor het berekeningsjaar 2013 een voorschot kinderopvangtoeslag toegekend van € 9.884.
3. Met dagtekening 22 april 2014 is aan eiser voor het berekeningsjaar 2014 een voorschot kinderopvangtoeslag toegekend van € 10.262.
4. Bij brief van 26 mei 2014 heeft verweerder eiser verzocht om informatie. In antwoord hierop heeft eiser bij brief van 12 juni 2014, ontvangen door verweerder op 20 juni 2014, facturen van het kinderdagverblijf overgelegd, alsmede een overzicht betalingen 2013 en een jaaropgave 2013.
5. Met dagtekening 21 augustus 2014 en 5 september 2014 zijn de voorschotten kinderopvangtoeslag 2013 en 2014 herzien naar nihil. Bij beschikkingen van 19 augustus 2014 en 29 augustus 2014 zijn de betaalde voorschotten kinderopvangtoeslag voor beide jaren teruggevorderd.
6. Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
7. Bij brief van 26 november 2014 heeft verweerder verzocht om aanvullende informatie, waarin (nogmaals) wordt verzocht om bewijsstukken waaruit blijkt dat de kosten voor kinderopvang door eiser zijn betaald. Ook wordt er gevraagd naar de facturen die betrekking hebben op het jaar 2014 en naar de opvangcontracten gesloten tussen eiser en de kinderopvanginstelling. Tot slot wordt gevraagd om gegevens waaruit blijkt dat eiser in 2013 en 2014 heeft gewerkt. De brief is bij verweerder onbestelbaar retour gekomen. Met dezelfde dagtekening is aan eiser verzocht om instemming met verlenging van de beslistermijn op het bezwaar. Ook die brief is bij verweerder onbestelbaar retour gekomen.
8. Met dagtekening 22 december 2014 heeft verweerder de bezwaren ongegrond verklaard.
9. In geschil is of verweerder de onder 5 genoemde besluiten terecht heeft genomen.
10. Omdat eiser aanspraak maakt op kinderopvangtoeslag, zal hij moeten voldoen aan de daarvoor in de wet gestelde eisen. De rechtbank stelt vast dat eiser onvoldoende informatie aan verweerder heeft verstrekt waaruit kan blijken dat eiser inderdaad recht heeft op de kinderopvangtoeslag. Ter zitting heeft de gemachtigde desgevraagd verklaard dat er niet meer informatie is dan de informatie die door eiser aan verweerder is verstrekt. Daarvan uitgaande is naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk geworden dat eiser voldoet aan de vereisten om recht te hebben op kinderopvangtoeslag. Zo zijn geen betaalbewijzen en geen contracten met het kinderdagverblijf overgelegd, en heeft eiser geen inzicht vertrekt in zijn werksituatie. Daarom heeft verweerder de kinderopvangtoeslag voor de berekeningsjaren 2013 en 2014 terecht herzien naar nihil en de uitbetaalde voorschotten terecht teruggevorderd.
11. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is het beroep ongegrond verklaard.
12. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C.H.M. Lips, rechter, in aanwezigheid van
mr. L. Heekelaar, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2015.
griffier rechter

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019,
2500 EA Den Haag. (Nadere informatie www.raadvanstate.nl)