ECLI:NL:RBDHA:2015:7087
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op partnervrijstelling erfbelasting wegens niet-toepasselijke regeling en hardheidsclausule
Eiser, enige erfgenaam van zijn moeder die in 2013 overleed, vordert toepassing van de partnervrijstelling erfbelasting omdat hij haar als mantelzorger verzorgde en vlak na het jaar van overlijden de vrijstelling wel van toepassing zou zijn geweest.
De rechtbank oordeelt dat de wettelijke voorwaarden voor de partnervrijstelling niet zijn vervuld, aangezien de regeling vereist dat het mantelzorgcompliment in het jaar vóór overlijden is toegekend en het beleidsbesluit van de staatssecretaris alleen ziet op eerdere jaren. Tevens is het beroep op het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens verworpen omdat de belastingheffing geen buitensporige last vormt.
De rechtbank benadrukt dat de rechter niet bevoegd is de billijkheid van de wet te toetsen en dat de hardheidsclausule exclusief aan de minister is voorbehouden. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep op de partnervrijstelling erfbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag wordt gehandhaafd.