ECLI:NL:RBDHA:2015:6901
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag accijns wegens onregelmatig onttrekken accijnsgoederen
Eiseres, houder van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats, verzond onder accijnsschorsing drie zendingen alcoholhoudende producten naar een belastingentrepot in het buitenland. Hoewel de elektronische administratieve documenten (e-AD’s) in het EMCS-systeem als geaccepteerd stonden, ontbraken berichten van ontvangst die het einde van de overbrenging bevestigen.
Verweerder legde een naheffingsaanslag accijns op omdat eiseres niet aannemelijk kon maken dat de goederen daadwerkelijk waren ontvangen of dat er tijdens het vervoer een onregelmatigheid had plaatsgevonden. Ondanks meerdere verzoeken verstrekte eiseres geen bewijs of informatie, en een laat aangeboden bewijsaanbod werd niet geaccepteerd wegens schending van de procesorde.
De rechtbank oordeelde dat sprake was van onregelmatig onttrekken van accijnsgoederen en dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd. De stelling van eiseres dat zij slachtoffer was van oplichting veranderde hier niets aan, aangezien de wet de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats als belastingplichtige aanwijst. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag accijns wegens onregelmatig onttrekken van accijnsgoederen.