Uitspraak
Rechtbank DEN Haag
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 juni 2015 in de zaken tussen
[eiseres], eiseres, V-nummer [nummer 1],
[kind 1], V-nummer [nummer 2], en
Rechtbank Den Haag
Eisers, een vrouw en haar minderjarige kinderen, hebben asielaanvragen ingediend in Nederland. De staatssecretaris wees deze af op grond van de Dublinverordening, omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van hun aanvragen.
Eisers voerden in beroep aan dat de garanties van Italië omtrent opvang niet voldoen aan de eisen van het Tarakhel-arrest, met name over de waarborg van passende opvang en de termijn van vijftien dagen voor overdracht.
De rechtbank oordeelt dat de garanties van Italië, zoals bevestigd in een brief van februari 2015, voldoende zijn en dat de staatssecretaris mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De vergewisplicht van de staatssecretaris strekt niet zo ver dat hij per individueel geval de opvanglocatie moet controleren.
De rechtbank ziet geen reden om te twijfelen aan de naleving van de garanties door Italië en acht de termijn van vijftien dagen niet onredelijk. Daarom worden de beroepen ongegrond verklaard.
De uitspraak is gedaan door rechter B. Meijer op 10 juni 2015 en is openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De beroepen van eisers tegen de Dublin-overdracht aan Italië worden ongegrond verklaard.