ECLI:NL:RBDHA:2015:6524
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige ondertoezichtstelling minderjarige na ongeoorloofde verhuizing moeder
De rechtbank Den Haag behandelde op 8 april 2015 het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot voorlopige ondertoezichtstelling van een minderjarige, nadat de moeder zonder toestemming met het kind was verhuisd naar een andere plaats. De moeder kampte met lichamelijke en geestelijke klachten en had snel een woning gehuurd, zonder overleg met de vader of zijn ouders, die intensief bij het kind betrokken waren.
Sinds de verhuizing is er geen contact meer tussen de minderjarige en haar vader en grootouders aan vaderszijde, en gaat het kind niet naar school omdat de vader geen toestemming geeft voor uitschrijving en inschrijving elders. De moeder heeft in de nieuwe woonplaats geen sociaal netwerk en ontvangt hulp, net als de vader. De rechtbank acht het noodzakelijk dat een gecertificeerde instelling het welzijn van het kind monitort en dat het contact met de vader wordt hersteld.
De rechtbank gaf aan het verzoek van de moeder tot vervangende toestemming voor verhuizing waarschijnlijk af te wijzen en stelde de minderjarige voorlopig onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming West Zuid-Holland, met het oog op nader onderzoek en eventuele ondertoezichtstelling. De beschikking geldt van 8 april tot 8 juli 2015.
Uitkomst: De minderjarige wordt voorlopig onder toezicht gesteld van Stichting Jeugdbescherming West Zuid-Holland tot 8 juli 2015.