Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser],
Procesverloop
Overwegingen
Eiser wenst verblijf bij zijn Nederlandse echtgenote [naam echtgenote] (referente). Hij heeft zich op het standpunt gesteld dat hij op grond van artikel 21, eerste lid, van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (hierna: VWEU) in samenhang met artikel 7 van Pro de Richtlijn 2004/38/EU (hierna: de Richtlijn) een afgeleid verblijfsrecht heeft in Nederland, omdat hij vanaf december 2012 een half jaar samen met referente in Duitsland heeft verbleven.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.