ECLI:NL:RBDHA:2015:4427
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- L. van Gijn
- G.A. van der Straaten
- A.B. Terlouw
- Rechtspraak.nl
Toekenning machtiging voorlopig verblijf aan meerderjarig kind op grond van gezinsleven volgens artikel 8 EVRM
Eisers, Syrische familieleden, vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan voor gezinshereniging in het kader van nareis. Verweerder wees de aanvraag van het meerderjarig kind af omdat onvoldoende was aangetoond dat zij meer dan normale emotionele afhankelijkheid van haar vader had, waardoor geen feitelijke gezinsband bestond.
De rechtbank toetste het besluit aan artikel 8 EVRM Pro en de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Uit deze jurisprudentie blijkt dat jongvolwassenen die bij hun ouders wonen en geen eigen gezin hebben gesticht, eerder beschermd gezinsleven genieten. Op het peilmoment was eiseres 20 jaar, woonde zij bij haar ouders en was financieel afhankelijk, wat voldeed aan de criteria van gezinsleven.
De rechtbank oordeelde dat de door verweerder gehanteerde invulling van 'feitelijk behoren tot het gezin' en 'meer dan normale emotionele afhankelijkheid' aansluit bij artikel 8 EVRM Pro en dat de verdere beleidsmatige invulling niet bindend is voor de rechter. De omstandigheden na vertrek van de familie waren niet relevant voor de beoordeling van het gezinsleven op het peilmoment.
Gelet op deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep gegrond, vernietigde het besluit van 2 oktober 2014 en gaf verweerder vier weken de tijd om een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de mvv-aanvraag wordt vernietigd met opdracht tot hernieuwde beslissing binnen vier weken.