ECLI:NL:RBDHA:2015:408
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.A. Bouter-Rijksen
- R.J. Praamstra
- H. Gorter
- Rechtspraak.nl
Beëindiging verblijfsrecht en ongewenstverklaring op grond van artikel 1(F) Vluchtelingenverdrag en actuele bedreiging
Eiser, van Turkse nationaliteit, werd door verweerder het verblijfsrecht ontzegd en ongewenst verklaard op grond van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag en artikel 27 van Pro de richtlijn 2004/38/EG. Dit volgde op eerdere veroordelingen voor ernstige misdrijven, waaronder mensenhandel en het tot prostitutie dwingen van minderjarigen.
De rechtbank stelde vast dat eiser onder het toepassingsbereik van de richtlijn valt en dat zijn gedrag een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging vormt voor een fundamenteel belang van de samenleving. Verweerder mocht zich baseren op eerdere veroordelingen en het feit dat eiser verantwoordelijk kan worden gehouden voor buitengerechtelijke executies en aanvallen op de burgerbevolking.
Eiser voerde aan dat het beroep op artikel 8 EVRM Pro slaagde vanwege het familie- en gezinsleven, maar dit werd verworpen omdat de inmenging gerechtvaardigd is gezien de ernst van de bedreiging. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat het bestreden besluit rechtmatig is genomen.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de beëindiging van zijn verblijfsrecht en ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard.