Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[naam], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
.Deze persoon gaf hem wat geld en vertelde dat hij misschien ander werk voor eiser had dat beter verdiende dan zijn werk als kruier.[naam 2] heeft eiser later thuis bezocht. Hij kwam in een auto van de regering en was vergezeld van drie mannen in militair uniform. Ze droegen rode baretten.[naam 2] heeft vervolgens uitgelegd wat het werk inhield. Eiser moest zich bij demonstraties onder de deelnemers begeven en opletten of er personen waren die een wapen of drugs in hun bezit hadden. Eiser moest deze personen volgen en bij[naam 2] aangeven. Eiser is niet direct op het aanbod ingegaan, maar de vergoeding voor de werkzaamheden was dusdanig dat hij het aanbod van[naam 2] toch heeft geaccepteerd. Sinds februari 2013 heeft eiser tenminste vier personen aangegeven. Eiser vreest bij terugkeer te worden gedood door de militairen of door familieleden van de slachtoffers.
rechtbank:
leesop 28 september 2009) hebben gedood. Sinds die tijd is iedereen bang voor de ‘Rode Baretten’. Eiser heeft vervolgens niet aannemelijk gemaakt dat hun reputatie inmiddels is gewijzigd. Immers, hij heeft zelf verklaard dat de vier personen die hij heeft aangewezen door de ‘Rode Baretten’ zijn gedood. Verweerder heeft de stelling van eiser, dat hij vanwege zijn beperkte ontwikkeling, geen goede inschatting van de gevolgen van zijn handelen kon maken, terecht verworpen. Ook van een persoon die niet of nauwelijks geschoold is, mag worden verwacht dat hij weet dat moord een verboden handeling is. Voorts heeft verweerder daarbij terecht verwezen naar zijn eigen verklaringen waaruit blijkt dat eiser besefte wat er gebeurde met de personen die door zijn toedoen zijn opgepakt. Aan de verklaring ter zitting, dat eiser, toen hij wist wat er met de aangegeven personen gebeurde, geen of valse informatie meer heeft verschaft, hecht de rechtbank geen waarde, nu eiser dit niet eerder heeft verklaard. In het nader gehoor van 14 februari 2014 heeft eiser namelijk uitsluitend verklaard dat zij als informanten het werk bleven doen en dat zij daarbij heel voorzichtig en bezorgd waren. Deze verklaring is bij de aanvullingen en correcties van 17 februari 2014 niet gecorrigeerd. Gelet op het voorgaande is derhalve ook voldaan aan het vereiste van “knowing participation” van eiser bij de eerdergenoemde misdrijven.