ECLI:NL:RBDHA:2015:3621
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Handhaving last onder dwangsom wegens overschrijding maximale doorzetcapaciteit compostafval
Eiseres exploiteert een recyclingbedrijf en heeft een vergunning voor het verwerken van composteerbaar organisch afval met een maximale doorzetcapaciteit van 65.000 ton per jaar. Tijdens controles in februari en maart 2014 is geconstateerd dat eiseres deze maximale capaciteit in 2013 heeft overschreden en niet-vergund afval heeft geaccepteerd. Verweerder heeft daarop een last onder dwangsom opgelegd om naleving af te dwingen.
Eiseres voerde aan dat het langdurige vooroverleg over de revisie van de vergunning en de beperkte milieuschade reden waren om af te zien van handhaving. Ook stelde zij dat de overschrijding een eenmalige piek betrof die voortkwam uit contractuele verplichtingen. De rechtbank beperkt haar beoordeling tot de last onder dwangsom betreffende de doorzetcapaciteit.
De rechtbank stelt vast dat de overtreding heeft plaatsgevonden en dat verweerder bevoegd was tot handhaving. Er was geen concreet uitzicht op legalisatie omdat geen vergunningaanvraag voor uitbreiding was ingediend. Het langdurige overleg leidde niet tot overeenstemming en vormde geen bijzondere omstandigheid om af te zien van handhaving. De stelling van eiseres dat milieuschade uitbleef is onvoldoende onderbouwd. Het opleggen van de last onder dwangsom is daarom niet onredelijk of voorbarig. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wegens overschrijding van de maximale doorzetcapaciteit composteerbaar organisch afval wordt ongegrond verklaard.