Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 januari 2015 in de zaak tussen
[verzoeker],
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
Procesverloop
In dit besluit heeft verweerder tevens ambtshalve overwogen dat verzoeker niet voldoet aan de voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd.
Overwegingen
Als verzoeker desalniettemin gevolgd zou worden in zijn betoog dat de nadere concretisering van de problemen van de vader, op grond waarvan verzoeker en zijn broer in 2011 naar Nederland zijn gevlucht, nieuw is ten opzichte van de eerste procedure en het van verzoekers broer niet verwacht kon worden dat hij deze nadere concretisering toen naar voren bracht, leidt dat niet tot een ander oordeel. Daartoe overweegt de voorzieningenrechter dat op voorhand is uitgesloten dat het thans naar voren gebrachte relaas kan afdoen aan het eerdere besluit, omdat het relaas niet afkomstig is uit objectieve bron en niet door enig ander concreet bewijs wordt gestaafd. De stelling van verzoeker dat zijn relaas steun vindt in hetgeen hij zelf heeft ervaren, omdat hij heeft meegemaakt dat zijn vader in hun eigen huis mishandeld werd, volgt de voorzieningenrechter niet. Met deze waarneming wordt immers niet de kern van het asielrelaas van verzoeker onderbouwd, te weten het contact van zijn vader met [naam 3] en dat zijn vader in de val was gelokt door [naam 3] om verzoeker en zijn broer te kunnen gebruiken als “dansjongens”.
Gelet op het voorgaande, kan het relaas van verzoeker niet worden aangemerkt als nieuw gebleken feit of veranderde omstandigheid.