ECLI:NL:RBDHA:2015:16029
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek toepassing wettelijke schuldsanering wegens ontbreken minnelijk traject
Verzoeker diende op 19 oktober 2015 een verzoek in tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. Bij de behandeling op 2 november 2015 werd vastgesteld dat er geen buitengerechtelijke schuldregeling was opgestart. Verzoeker gaf aan dat het minnelijk traject bewust was overgeslagen omdat de wettelijke regeling ook regresvorderingen omvat.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van een verklaring dat poging tot minnelijk traject tevergeefs is gebleven, zoals vereist in artikel 285 lid 1 onder Pro f Faillissementswet, het verzoek niet ontvankelijk maakt. Tevens ontbrak de bijlage met opgave van de aard en het bedrag van de vordering waarvoor medeschuldenaarschap geldt, zoals vereist in artikel 285 lid 1 onder Pro g Fw.
De rechtbank verwierp het standpunt van verzoeker dat de wettelijke regeling het minnelijk traject kan vervangen, mede omdat regresvorderingen pas ontstaan als een medeschuldenaar meer betaalt dan zijn deel. Zonder bewijs daarvan is geen regresvordering aannemelijk. Ook is er geen zwart-wit verschil tussen wettelijke en buitengerechtelijke regeling; redelijkheid en billijkheid spelen een rol.
Daarom voldoet het verzoek niet aan de wettelijke vereisten en wordt verzoeker niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank ziet geen aanleiding tot het gunnen van een aanvullende termijn.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een minnelijk traject en de vereiste bijlagen.