ECLI:NL:RBDHA:2015:15338
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verlof verleend voor tenuitvoerlegging voorlopige partneralimentatie door lijfsdwang
Partijen zijn gehuwd met twee minderjarige kinderen en in echtscheidingsprocedure sinds juli 2014. De man was bestuurder van failliete vennootschappen en richtte een nieuwe vennootschap op met zijn partner. De rechtbank stelde in april 2015 voorlopige partneralimentatie vast van €2.141 per maand, gebaseerd op een verondersteld inkomen van €150.000 per jaar.
De man heeft zijn aandelen in de nieuwe vennootschap overgedragen aan zijn partner, waarop de vrouw actie pauliana instelde. Zij legde executoriaal beslag wegens onbetaalde alimentatie, maar de man betaalde niet en gaf geen inzicht in zijn inkomsten. Zijn verzoek tot verlaging van de alimentatie werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De vrouw vordert nu dat de voorlopige alimentatie ten uitvoer wordt gelegd via lijfsdwang. De rechtbank oordeelt dat er sprake is van betalingsonwil en dat andere dwangmiddelen onvoldoende zijn. Het belang van de vrouw en kinderen rechtvaardigt toepassing van lijfsdwang, met een maximale gijzeling van drie maanden totdat de achterstand is voldaan.
De rechtbank wijst het meer of anders gevorderde af en bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt. Het vonnis is op 12 oktober 2015 gewezen door mr. G.P. van Ham.
Uitkomst: Verlof verleend om voorlopige partneralimentatie ten uitvoer te leggen door middel van lijfsdwang met maximale gijzeling van drie maanden totdat de achterstand is voldaan.