Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] ,
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
Procesverloop
Overwegingen
forseeable by lawzijn.
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Vietnamese asielzoeker, kreeg op 11 november 2015 een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd in het kader van de grensprocedure, nadat zijn aanvraag om toegang tot Nederland was uitgesteld. Op 25 november 2015 werd zijn asielaanvraag afgewezen wegens kennelijke ongegrondheid, wat tevens geldt als weigering van toegang, waarna een tweede vrijheidsontnemende maatregel werd opgelegd.
Eiser voerde aan dat de maatregel onvoldoende was gemotiveerd, dat de wettelijke grondslag ontbrak en dat de belangenafweging niet deugde. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende onderzoek had gedaan naar bijzondere omstandigheden, eiser in de gelegenheid had gesteld zijn zienswijze te geven en dat de motivering van de maatregel in het asielbesluit en het voornemen was opgenomen. De toepassing van de grensprocedure bood een juiste grondslag voor de maatregel.
Verder werd geoordeeld dat het gevaar voor onderduiken geen vereiste is tijdens de grensprocedure en dat de Terugkeerrichtlijn niet van toepassing is. De rechtbank verwierp ook de stelling dat eiser onvoldoende was geïnformeerd over de toegangsweigering en dat het ontbreken van een apart rechtsmiddel in de clausule niet tot nadeel van eiser leidde.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De rechtbank wees erop dat tegen deze uitspraak hoger beroep mogelijk is bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel in de grensprocedure wordt ongegrond verklaard.