ECLI:NL:RBDHA:2015:12842
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.E. Schotte
- J.P.F. Slijpen
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over verkoop aandelen met verband houdend lucratief belang
Eiser was als lead scientist werkzaam bij een concern en ontwikkelde intellectueel eigendom (IP). Een deel van dit IP had geen directe toepassing binnen het concern, waarop eiser buiten zijn dienstverband een businessplan ontwikkelde om dit 'restant' IP te commercialiseren. Hiervoor werd een vennootschap opgericht waarin eiser aandelen kon kopen tegen een zeer lage prijs.
In 2011 werden deze aandelen verkocht voor een aanzienlijk bedrag. De Belastingdienst kwalificeerde de opbrengst als inkomen uit een met een werkzaamheid verband houdend lucratief belang, waarop eiser bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde. Eiser voerde aan dat er geen bron van inkomen was, dat er geen verband bestond tussen zijn werkzaamheden en het aandeelhouderschap, dat de rangorderegeling werd geschonden en dat het gelijkheidsbeginsel werd overtreden.
De rechtbank oordeelde dat het voordeel redelijkerwijs kon worden verwacht gezien de lage aanschafprijs en de investeringen van het concern. Er was een verband tussen de werkzaamheden aan het businessplan en het aandeelhouderschap, waardoor het voordeel als beloning moest worden gezien. Het beroep op de rangorderegeling faalde omdat eiser niet in dienstbetrekking was bij de vennootschap. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen wegens gebrek aan bewijs voor begunstigend beleid. Ook de aftrek van adviseurskosten werd afgewezen omdat het om privéuitgaven ging.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de belastingaanslag over de verkoop van aandelen werd ongegrond verklaard.