ECLI:NL:RBDHA:2015:12642
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening kinderbijslag na onrechtmatige toepassing woonlandbeginsel voor Marokko
Eiser ontvangt kinderbijslag voor zijn kinderen die in Marokko wonen. Na inwerkingtreding van de Wet woonlandbeginsel in 2012 werd de kinderbijslag aangepast aan het kostenniveau van Marokko, vastgesteld op 60% van het Nederlandse bedrag. Dit besluit van 14 januari 2013 werd niet bestreden en is daarmee in rechte onaantastbaar geworden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde in december 2014 dat toepassing van het woonlandbeginsel voor personen onder het Algemeen Verdrag sociale zekerheid tussen Nederland en Marokko in strijd is met dat verdrag. Verweerder herzag daarom ambtshalve het recht op kinderbijslag vanaf het vierde kwartaal 2014 en handhaafde dit in het bestreden besluit.
Eiser stelde dat de herziening ook met terugwerkende kracht per 1 januari 2013 had moeten plaatsvinden. De rechtbank oordeelde dat verweerder niet verplicht was het eerdere besluit geheel te herzien, mede omdat het eerdere besluit onbestreden en daarmee rechtens onaantastbaar is. De rechtbank volgde de vaste jurisprudentie dat terugwerkende herziening slechts kan indien het eerdere besluit ernstige gebreken vertoont, hetgeen eiser niet aannemelijk maakte.
De brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid uit maart 2015 veranderde hieraan niets. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening van de kinderbijslag met ingang van het vierde kwartaal 2014 wordt ongegrond verklaard.