Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.De feiten
13 januari 2015 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen.
3.Het geschil
4.De beoordeling van het geschil
5.De beslissing
9 oktober 2015.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde een kort geding waarin een Braziliaanse verdachte zich verzette tegen zijn uitlevering aan Brazilië. De verdachte werd verdacht van drugshandel en vreest schending van zijn mensenrechten door de erbarmelijke omstandigheden in Braziliaanse gevangenissen.
De rechtbank overwoog dat de Minister van Veiligheid en Justitie een eigen verantwoordelijkheid heeft bij het toestaan van uitlevering en dat de rechter slechts een marginale toets mag toepassen. De Minister had navraag gedaan bij Braziliaanse autoriteiten over het gevangenisregime waar de verdachte terecht zal komen, waarbij een verklaring werd overgelegd dat het detentiecomplex als modelgevangenis geldt.
De rechtbank hechtte waarde aan deze verklaring en het vertrouwensbeginsel dat Brazilië zich aan deze toezeggingen zal houden. Nieuwe argumenten van de verdachte over schendingen van artikel 3 en Pro 6 EVRM werden niet aannemelijk gemaakt. De vordering tot het verbod op uitlevering werd afgewezen en de verdachte werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verbod op uitlevering af en staat de uitlevering aan Brazilië toe.