ECLI:NL:RBDHA:2015:12456
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verbod op elektronisch toezicht bij voorwaardelijke invrijheidstelling
Eiser, veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf en recent voorwaardelijk in vrijheid gesteld met voorwaarden waaronder locatiegebod en -verbod, vordert in kort geding het verbod op elektronisch toezicht. Dit toezicht zou de naleving van de voorwaarden moeten ondersteunen.
De rechtbank stelt vast dat op dit moment geen elektronisch toezicht wordt toegepast omdat eiser zich van zijn enkelband heeft ontdaan en onvindbaar is. Hierdoor heeft eiser geen belang bij een spoedvoorziening. Tevens is er een procedure aanhangig bij het OM voor gedeeltelijke herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling.
Inhoudelijk oordeelt de rechtbank dat ten tijde van de veroordeling reeds een wettelijke grondslag bestond voor elektronisch toezicht bij locatiegeboden, zoals geregeld in artikel 15a Sr. Het betoog van eiser dat dit een extra straf zou zijn en in strijd met het legaliteitsbeginsel is, faalt. Ook het ontbreken van een concrete locatie in het besluit leidt niet tot een verbod op toezicht. De vordering wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot het verbod op elektronisch toezicht wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.