ECLI:NL:RBDHA:2015:12382
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing asielaanvraag en inreisverbod wegens onvoldoende motivering
Eiseres diende op 9 september 2015 een asielaanvraag in, kort nadat haar subjectieve vrees voor vervolging op 8 september 2015 was ontstaan. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder h, Vw, omdat eiseres niet direct bij binnenkomst asiel had aangevraagd. De rechtbank oordeelt dat dit standpunt onjuist is, omdat de vrees pas later ontstond en eiseres direct daarna asiel heeft aangevraagd.
Daarnaast legde verweerder een inreisverbod van tien jaar op, gebaseerd op een eerdere veroordeling van eiseres voor een opiumdelict. De rechtbank stelt vast dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom persoonlijke omstandigheden van eiseres, waaronder een milde straf en het ontbreken van recidivegevaar, niet tot een ander besluit leidden. Het arrest van het Hof van Justitie van 11 juni 2015 is relevant voor de beoordeling van het inreisverbod, omdat het vereist dat persoonlijke gedragingen worden betrokken bij de beoordeling van het gevaar voor de openbare orde.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met artikel 3:46 Awb Pro en gelast verweerder binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van €980,-. De rechtbank ziet geen aanleiding om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten of de bestuurlijke lus toe te passen.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag en het tienjarige inreisverbod wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.