Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] ,
Procesverloop
Overwegingen
HvJ EU is verzocht om een prejudiciële beslissing.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse asielzoeker zonder rechtmatig verblijf, werd op 22 september 2010 in bewaring gesteld. Na diverse rechtelijke uitspraken die de bewaring rechtmatig verklaarden, heeft eiser op 4 november 2011 verzocht om herziening van die uitspraken en om schadevergoeding wegens onrechtmatige bewaring na het verstrijken van de beslistermijn van zes weken op zijn asielaanvraag.
De rechtbank overweegt dat de datum van de feitelijke asielaanvraag niet ter discussie stond en dat de datum van indiening van het asielverzoek niet is aangevoerd noch ambtshalve is onderzocht. Hierdoor is niet voldaan aan de derde voorwaarde uit het arrest Kühne & Heitz voor herroeping van een onherroepelijk besluit. Daarnaast oordeelt de rechtbank dat de beslistermijn van zes weken uit nationaal recht voortkomt en niet uit het gemeenschapsrecht, waardoor het beroep op Europese jurisprudentie niet slaagt.
Verder wijst de rechtbank op de exclusieve regeling van artikel 106 Vreemdelingenwet Pro 2000 voor schadevergoeding na opheffing van bewaring, waardoor een aanvullende schadevergoeding via een zuiver schadebesluit niet mogelijk is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen schadevergoeding toegekend wegens onrechtmatige bewaring.