Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Ontvankelijkheid openbaar ministerie
Beide stelsels sluiten de aanvullende rol die strafrechtelijke handhaving voor de naleving van dit wetsvoorstel kan betekenen niet uit. De aard en de ernst van overtredingen van deze wet kan een strafrechtelijke sanctie vergen. Ook de samenhang met andere strafbare feiten of de behoefte aan een opsporingsonderzoek met bijbehorende bevoegdheden kan reden vormen voor strafrechtelijke handhaving. Overtreding van een aantal voorschriften van dit wetsvoorstel is daarom strafbaar gesteld in de Wet op de Economische delicten.”
4.Bewijsoverwegingen
in aanvullingdaarop ‘specifieke guidelines’ per beroepsgroep en zijn diverse voorbeelden genoemd. Daarbij is vermeld dat de daarin genoemde aandachtsgebieden en de daaronder opgenomen voorbeelden geen uitputtend karakter dragen, zijn bedoeld om de aandacht te richten en zich in de praktijk zeker ook andere situaties kunnen voordoen. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij ten tijde van de ten laste gelegde transacties op de hoogte was van voornoemde voorlichtingsfolder. [6] Anders dan verdachte ter terechtzitting heeft verklaard is niet alleen de specifieke guideline ‘
I Notarissen’, maar zijn ook de ‘algemene guidelines’ op hem als notaris van toepassing.
het meldpunt,
:
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De strafoplegging
8.De toepasselijke wetsartikelen
- 23, 24, 24c en 57 van het Wetboek van Strafrecht;
- 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten;
- 16 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme,
9.De beslissing
geldboetevan
€ 47.500 (zevenenveertigduizend vijfhonderd euro);
274 (tweehonderdvierenzeventig) dagen.