ECLI:NL:RBDHA:2015:11749
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WW-uitkering wegens ontbreken privaatrechtelijke dienstbetrekking tussen directeur-grootaandeelhouder en BV
Eiser was directeur-grootaandeelhouder van een BV die een internetwinkel exploiteerde en had een arbeidsovereenkomst voor de periode 1 oktober 2012 tot 1 april 2013. Na een aandelenoverdracht op 23 november 2012 bleef eiser feitelijk de bedrijfsvoering bepalen. Verweerder stelde dat er geen privaatrechtelijke dienstbetrekking bestond, waardoor het recht op WW-uitkering werd herzien en teruggevorderd.
De rechtbank stelde vast dat de juridische overdracht van aandelen plaatsvond op 23 november 2012, hoewel de economische eigendom per 1 oktober 2012 was overgegaan. Hierdoor bleef eiser tot 23 november 2012 juridisch eigenaar en directeur-grootaandeelhouder, waardoor volgens de WW geen dienstbetrekking bestond. Ook na 23 november 2012 was er geen gezagsverhouding, aangezien eiser de controle behield en geen instructies ontving van de nieuwe aandeelhouder.
Voor eiseres, de echtgenote, oordeelde de rechtbank dat de arbeidsverhouding werd overheerst door de familierelatie, waardoor geen privaatrechtelijke dienstbetrekking bestond. Zij werkte meer uren en kreeg een hoger salaris, maar was niet ondergeschikt en ontving geen werkopdrachten.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en bevestigde de herziening en terugvordering van de WW-uitkeringen. Er waren geen dringende redenen om van herziening af te zien en geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat eiser en zijn echtgenote geen recht hebben op WW-uitkering wegens het ontbreken van een privaatrechtelijke dienstbetrekking.