Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Vonnis van 23 september 2015
[eiser] ,
de stichting STICHTING SCHADEREGELINGSKANTOOR VOOR RECHTSBIJSTANDVERZEKERING,
De rechtsoverwegingen
- de dagvaarding van 6 februari 2015 tegen de eerste rolzitting van de kantonrechter te Den Haag van 17 februari 2015, met de producties 1 t/m 5 van [eiser] ;
- de conclusie van antwoord van 28 april 2015, met de producties 1 t/m 16 van SRK;
- de aantekeningen van de griffier van de comparitie van partijen van 28 mei 2015 bij de kantonrechter;
- het verwijzingsvonnis van de kantonrechter van 23 juni 2015, waarbij hij op grond van de wetsartikelen 71 en 93 Rv de procedure in de stand waarin die zich bevond heeft verwezen naar de eerste rolzitting van 29 juli 2015 van het team handel;
- het ter derde rolzitting van 26 augustus 2015 gedane verzoek van mr. Sinnecker tot ontslag van instantie, met als bijlage een opgave van de werkelijk gemaakte advocatenkosten door SRK.
- te verklaren voor recht dat SRK toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar contractuele plichten jegens [eiser] , althans onrechtmatig heeft gehandeld jegens hem;
- SRK te veroordelen tot vergoeding van de door [eiser] geleden en te lijden schade, vermeerderd met de wettelijke rente, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;
- SRK te veroordelen tot het betalen van de immateriële schade van € 2.500,-, althans een in goede justitie te bepalen bedrag op grond van art. 6:97 BW Pro;
- SRK te veroordelen tot het (terug)betalen van de door [eiser] in de afgelopen jaren betaalde premiegelden, althans een in goede justitie te bepalen bedrag;
- SRK te veroordelen tot het voldoen van de kosten die [eiser] heeft gemaakt voor de verzetprocedure van € 141,- voor eigen bijdrage advocaat;
- SRK te veroordelen in de buitengerechtelijke incassokosten en in de proceskosten.