Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
AMSTERDAM REAL ESTATE SERVICES BV,
1.de besloten vennootschap DE HAAGSCHE OLIFANT BV,
[X],
1.de besloten vennootschap DE HAAGSCHE OLIFANT BV,
[X],
[Y],
in de hoofdzaakkennis genomen van de volgende procestukken:
- de twee dagvaardingen van 10 januari 2013 tegen de eerste rolzitting van de kantonrechter te Den Haag van 23 januari 2013, met producties;
- de incidentele conclusie van 27 maart 2013, strekkende tot verwijzing naar de civiele rechter en tot oproeping in vrijwaring;
- de antwoordakte in de twee incidenten van 24 april 2013;
- het comparitievonnis van de kantonrechter van 19 juni 2013;
- het verwijzingsvonnis van de kantonrechter te Den Haag van 14 augustus 2013;
- het herstelvonnis van de kantonrechter te Den Haag van 28 augustus 2013;
- het vonnis in het vrijwaringsincident van de civiele rechter van 19 februari 2014;
- de conclusie van antwoord in de hoofdzaak van 2 april 2014;
- de faxbrief van de civiele griffier van 30 april 2014.
in de vrijwaringszaakvoorts kennis genomen van:
- de dagvaarding van 24 maart 2014 tegen de eerste rolzitting van de civiele rechter van 2 april 2014;
- het ter rolzitting van 2 april 2014 aan gedaagde in vrijwaring verleende verstek.
in de hoofdzaakniet-ontvankelijk in haar vorderingen in de hoofdzaak;
in de hoofdzaaktot betaling aan gedaagden in de hoofdzaak van in totaal € 2.415,- voor hun proceskosten in de hoofdzaak, en verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
in de vrijwaringszaakniet-ontvankelijk in hun regresvorderingen in de vrijwaringszaak;
in de vrijwaringszaakhun proceskosten in de vrijwaringszaak zelf zullen moeten dragen.