ECLI:NL:RBDHA:2015:11098
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen herziening kinderopvangtoeslag 2009 wegens onvoldoende bewijs kostenbetaling
Eiseres maakte in 2009 gebruik van kinderopvang via twee gastouderbureaus en een kinderdagverblijf. Verweerder herzag het voorschot kinderopvangtoeslag 2009 meerdere malen, uiteindelijk vastgesteld op €7.276. Eiseres betwistte deze herziening en stelde dat zij de kosten wel had betaald en dat de beslissing onvoldoende was gemotiveerd.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende bewijs had geleverd van volledige betaling van de opvangkosten, mede doordat zij geen schriftelijke overeenkomsten kon overleggen en contante betalingen niet kon onderbouwen met kwitanties of bewijsstukken. De bijdrage van de gemeente aan het kinderdagverblijf was wel aangetoond.
De rechtbank stelde vast dat de term 'te betalen kosten' moet worden opgevat als daadwerkelijk gedane uitgaven die het vermogen aantasten. Omdat eiseres niet kon aantonen dat zij de volledige kosten had betaald, was de herziening van het voorschot terecht. Ook was geen sprake van schending van het motiveringsbeginsel. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening van de kinderopvangtoeslag 2009 wordt ongegrond verklaard.