Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
- primairde Staat te bevelen hem niet aan Turkije uit te leveren wegens een dreigende schending van de artikelen 3,6 en 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM);
- subsidiair, voor het geval de uitlevering wordt toegestaan, de Staat te bevelen aan de uitlevering duidelijke garanties te verbinden, waaronder een tijdslimiet van twee jaar voor terugkeer naar Nederland en een Nederlandse monitor om toe te zien op de rechtsgang in Turkije;
- meer subsidiairde feitelijke uitlevering aan te houden totdat onherroepelijk door de Afdeling over zijn Nederlanderschap is beslist;
- zowel primair, subsidiair en meer subsidiairveroordeling van de Staat in de proceskosten.