ECLI:NL:RBDHA:2014:9582
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde van rijksmonumentale woning in geschil
Eiser betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, een rijksmonument, en stelt dat de waarde te hoog is vastgesteld. Hij voert aan dat vergelijkingsobjecten niet passend zijn en dat het waardedrukkende effect van de monumentstatus onvoldoende is meegenomen.
Verweerder heeft een taxatieverslag overgelegd waarin de waarde is vastgesteld op €1.060.749, waarbij vergelijkbare rijksmonumenten zijn betrokken en rekening is gehouden met verschillen in inhoud, kaveloppervlakte, ligging, kwaliteit en bouwjaar. De woning stond bovendien te koop voor hogere bedragen dan de vastgestelde waarde.
De rechtbank oordeelt dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De status van rijksmonument leidt niet automatisch tot een waardedrukkend percentage en eiser heeft geen feiten aangevoerd die de waarde in het economisch verkeer ondergraven.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter Batelaan-Boomsma op 29 juli 2014.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €1.055.000 wordt ongegrond verklaard.