ECLI:NL:RBDHA:2014:9481
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verblijf in Nederland als ongewenst verklaarde vreemdeling leidt tot gevangenisstraf
Op 23 april 2014 werd verdachte aangehouden in verband met winkeldiefstal. Uit onderzoek bleek dat hij sinds 1999 tot ongewenst vreemdeling was verklaard en dat hij Nederland niet langer dan vijf jaar had verlaten, waardoor de geldigheid van de verklaring nog steeds van kracht was.
De verdediging voerde aan dat de geldigheidsduur van vijf jaar direct zou zijn gaan lopen vanaf de verklaring, maar de rechtbank volgde het arrest van de Hoge Raad dat deze termijn pas begint te lopen vanaf het moment dat de vreemdeling Nederland daadwerkelijk verlaat. Verdachte had Nederland echter niet langer dan vijf jaar verlaten, wat werd bevestigd door eerdere veroordelingen en detentie.
De rechtbank verklaarde het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen en oordeelde dat verdachte de wetgeving inzake ongewenstverklaarde vreemdelingen heeft overtreden. De terugkeerprocedure was doorlopen, en verdachte was meerdere malen uitgezet en teruggekeerd. Gezien de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden legde de rechtbank een gevangenisstraf van vier maanden op.
De uitspraak benadrukt de geldigheid van de ongewenstverklaring zolang de vreemdeling Nederland niet langer dan vijf jaar heeft verlaten en bevestigt dat verblijf in Nederland onder deze omstandigheden strafbaar is. De rechtbank wees het verweer van de verdediging af en sprak verdachte vrij van overige tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf wegens verblijf in Nederland als ongewenst verklaarde vreemdeling.