ECLI:NL:RBDHA:2014:9200
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Vaststelling Nederlandse verantwoordelijkheid voor asielaanvraag op grond van gezinsafhankelijkheid en kinderbelang
Eiseres, een Afghaanse vrouw, diende een asielaanvraag in Nederland in, die werd afgewezen omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht op grond van een eerder verstrekt visum en een geaccepteerd overnameverzoek. Zij stelde dat Nederland de asielaanvraag moest behandelen vanwege haar gezinsbanden en de afhankelijkheid van haar jonge kinderen met de Nederlandse nationaliteit.
De voorzieningenrechter overwoog dat artikel 9 van Pro Dublin III niet van toepassing was omdat de echtgenoot van eiseres inmiddels de Nederlandse nationaliteit bezit. Wel oordeelde de rechter dat artikel 16 van Pro Dublin III, dat afhankelijkheid van jonge kinderen beschermt, van toepassing is. De zeer jonge leeftijd van de kinderen, waaronder een baby die nog borstvoeding krijgt, en het belang van het kind en de eenheid van het gezin, rechtvaardigen een ruime uitleg van afhankelijkheid.
De rechtbank stelde vast dat Nederland verantwoordelijk is voor de beoordeling van de asielaanvraag omdat de kinderen en echtgenoot van eiseres in Nederland wonen en wettig verblijven. Tevens oordeelde de rechter dat verweerder onredelijk handelde door geen gebruik te maken van zijn discretionaire bevoegdheid op grond van artikel 17 van Pro Dublin III om de zaak aan zich te trekken.
Het bestreden besluit werd vernietigd en verweerder werd veroordeeld tot het nemen van een nieuw besluit. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Verweerder werd tevens veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, Nederland is verantwoordelijk voor de asielaanvraag.