ECLI:NL:RBDHA:2014:7936
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opschorting tenuitvoerlegging gevangenisstraf bij gratieverzoek
Eiser is veroordeeld tot een gevangenisstraf van zeven maanden, die onherroepelijk werd op 9 oktober 2012. Eiser diende op 18 maart 2013 een gratieverzoek in, dat geen schorsende werking van rechtswege heeft volgens artikel 558a lid 2 Sv. Ondanks het gratieverzoek werd de straf op 6 januari 2014 ten uitvoer gelegd.
Eiser verzocht de Staat de tenuitvoerlegging op te schorten totdat op het gratieverzoek is beslist, dan wel hem als zelfmelder te erkennen of te plaatsen in een beperkt beveiligde inrichting. De rechtbank oordeelt dat het gratieverzoek geen opschortende werking heeft omdat het binnen een jaar na onherroepelijkheid is ingediend en de tenuitvoerlegging mede op verzoek van eiser is aangevangen.
Daarnaast is het niet tijdig terugsturen van de verklaring voor zelfmelding voor rekening van eiser, waardoor het arrestatiebevel niet onrechtmatig is. Het verzoek tot plaatsing in een beperkt beveiligde inrichting is niet ontvankelijk omdat eiser geen verzoek heeft ingediend bij de selectiefunctionaris noch bezwaar heeft gemaakt tegen zijn plaatsing. De vorderingen worden afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot opschorting van de tenuitvoerlegging af en verklaart eiser niet-ontvankelijk in het verzoek tot plaatsing in een beperkt beveiligde inrichting.