ECLI:NL:RBDHA:2014:7757
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens faciliteren oorlogsmisdrijven in Kosovo
Eiser, een Servische burger en voormalig agent van de Buitengewone Servische politie (PJP) in Kosovo, vroeg asiel aan in Nederland. Verweerder wees zijn aanvraag af op grond van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag, omdat eiser wordt verdacht van betrokkenheid bij oorlogsmisdrijven tijdens het conflict in Kosovo, met name het faciliteren van deportaties en buitengerechtelijke executies.
De rechtbank onderzocht de geloofwaardigheid van eisers verklaringen en de door verweerder aangehaalde bronnen. Hoewel niet is gebleken dat eiser persoonlijk heeft deelgenomen aan de misdrijven, is vastgesteld dat hij deze heeft gefaciliteerd door zijn rol binnen de PJP. Daarnaast oordeelde de rechtbank dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar Servië een reëel risico loopt op onmenselijke behandeling zoals bedoeld in artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en bevestigde het inreisverbod van tien jaar. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die tot een andere beslissing leiden. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 20 juni 2014.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag met inreisverbod van tien jaar bevestigd.