ECLI:NL:RBDHA:2014:6879
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beëindiging verblijfsrecht van EU-burger wegens WWB-uitkering onterecht met terugwerkende kracht
Eiser, een Duitse burger, had sinds 2 september 2008 verblijfsrecht als burger van de Unie in Nederland. Verweerder beëindigde dit verblijfsrecht met terugwerkende kracht per 19 juli 2012 vanwege het ontvangen van een WWB-uitkering, stellende dat eiser een onredelijke last vormde voor de Nederlandse sociale voorzieningen.
Eiser betoogde dat beëindiging niet met terugwerkende kracht kan plaatsvinden en dat hij op grond van artikel 16 van Pro de Verblijfsrichtlijn een duurzaam verblijfsrecht heeft verworven na vijf jaar ononderbroken verblijf. De rechtbank oordeelde dat het karakter van beëindiging van het verblijfsrecht een besluitvormend karakter heeft en niet automatisch van rechtswege intreedt bij het voldoen aan de voorwaarden.
Verder werd geoordeeld dat het Unierechtelijke rechtszekerheidsbeginsel zich verzet tegen terugwerkende beëindiging en dat eiser op 2 september 2013 een duurzaam verblijfsrecht had. Het primaire besluit en het bestreden besluit werden vernietigd en herroepen. De rechtbank wees ook proceskosten toe aan eiser.
Uitkomst: Het verblijfsrecht van eiser wordt hersteld en het besluit tot beëindiging vernietigd wegens strijd met artikel 16 van de verblijfsrichtlijn.