ECLI:NL:RBDHA:2014:6450
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Noord-Koreaanse vrouw wegens beschikbaar vestigingsalternatief Zuid-Korea
Eiseres, een Noord-Koreaanse vrouw, verzocht om een verblijfsvergunning asiel na haar vlucht uit Noord-Korea vanwege politieke vervolging van haar vader. Zij stelde dat zij en haar familie gevaar lopen bij terugkeer. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres geen geloofwaardig asielrelaas had en zij zich op haar Zuid-Koreaanse staatsburgerschap kon beroepen, waardoor een vestigingsalternatief aanwezig was.
De rechtbank overwoog dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij specifiek door Noord-Koreaanse autoriteiten wordt gezocht of dat haar familie in gevaar is door haar verblijf in Zuid-Korea. Het vestigingsalternatief Zuid-Korea is volgens de rechtbank effectief en redelijkerwijs van eiseres te verwachten. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat eerdere gunstige beslissingen niet vergelijkbaar waren.
De rechtbank concludeerde dat de afwijzing van de asielaanvraag terecht was en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat het vestigingsalternatief Zuid-Korea effectief is.