ECLI:NL:RBDHA:2014:6123
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. Allewijn
- J.J.P. Bosman
- J.E. Visser
- Rechtspraak.nl
Beoordeling subsidievaststelling 2011 CDA op grond van Wet subsidiëring politieke partijen
De vereniging Christen Democratisch Appèl (CDA) heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties tot definitieve vaststelling van de subsidie voor het jaar 2011. Het geschil betreft de uitleg en toepassing van artikel 6 en Pro 6a van de Wet subsidiëring politieke partijen (Wspp), in het bijzonder of de minister terecht de kortingspercentages cumulatief heeft toegepast.
De minister had de subsidie definitief vastgesteld op een lager bedrag dan het aanvankelijk verleende voorschot, rekening houdend met de subsidieverlagingen als gevolg van wetswijzigingen en taakstellingen. Het CDA stelde dat het kortingspercentage onjuist was toegepast en dat cumulatie van kortingen niet was toegestaan, terwijl de minister dit wel had gedaan.
De rechtbank oordeelde dat de tekst van artikel 6a Wspp duidelijk een cumulatieve toepassing van de kortingspercentages voorschrijft, mede ondersteund door de Memorie van Toelichting en beleidsdocumenten zoals het Regeerakkoord en Kamerstukken. De stelling van het CDA dat cumulatie niet is toegestaan, wordt verworpen. De minister heeft de subsidie correct vastgesteld en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van het CDA tegen de subsidievaststelling 2011 wordt ongegrond verklaard.