Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoeker],
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
Procesverloop
Overwegingen
Verzoekers verklaringen over zijn werkzaamheden voor zijn broer [naam half broer], alsmede zijn politieke activiteiten en de daaruit voortvloeiende gevolgen, ontberen positieve overtuigingskracht. Verzoeker komt daarom niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 Vw Pro.
4. Verzoeker voert als meest verstrekkende grond aan dat verweerder zich ten onrechte in het bestreden besluit op het standpunt heeft gesteld dat verzoeker onvoldoende gedetailleerd, coherent en verifieerbaar heeft verklaard over zijn reisroute en dat zijn relaas positieve overtuigingskracht ontbeert. Verzoeker heeft een laag IQ en is niet in staat om zich duidelijk te verwoorden. Hij kan enkel gebruik maken van de meest simpele beantwoording op de aan hem gestelde vragen. Ook heeft hij moeite met data. Daarbij speelt het trauma van de dood van zijn halfbroer een rol. De gemachtigde van verzoeker heeft reeds op 13 januari 2014, voordat verzoeker werd gehoord, aan verweerder bericht dat er signalen waren dat met verzoeker ‘iets aan de hand was’ en dat daarom het Instituut voor Mensenrechten en Medisch Onderzoek (IMMO) ingeschakeld zou worden. Inmiddels heeft het IMMO bericht dat ze verzoeker zullen onderzoeken en daarover een rapportage zullen uitbrengen die een bijdrage kan leveren aan de vraag of verweerder de onvolledig of ongeloofwaardig geachte verklaringen van eiser aan hem heeft kunnen tegenwerpen. Verzoeker verzoekt daarom de verzochte voorlopige voorziening toe te wijzen, zodat het rapport van het IMMO, wanneer dit gereed is, bij de beoordeling van het beroep kan worden betrokken.
4.1 Verweerder heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat MediFirst verzoeker voorafgaand aan de gehoren heeft onderzocht en daarbij tot de conclusie is gekomen dat verzoeker kon worden gehoord. Er zijn geen concrete aanwijzingen dat in het nader gehoor geen rekening is gehouden met de beperkingen die MediFirst heeft gesteld aan het horen van verzoeker. Verzoeker heeft na afloop van het gehoor ook zelf verklaard dat het gehoor goed is verlopen en dat hij geen op- of aanmerkingen heeft. Ook blijkt uit het gehoor niet dat verzoeker onvoldoende kon verklaren. Het dossier bevat geen aanknopingspunten om te concluderen dat verzoeker een beperkt verstandsvermogen of psychische beperkingen heeft. Verweerder ziet daarom in hetgeen verzoeker heeft aangevoerd geen aanleiding om de rapportage van het IMMO af te wachten.
4.2 In geschil is de vraag of, en zo ja in hoeverre, de medische situatie van verzoeker tijdens het eerste en nader gehoor dusdanig was dat hij niet in staat was tot het afleggen van volledige, consistente en coherente verklaringen en of verweerder in dat licht de niet geloofwaardig geachte verklaringen van eiser aan hem heeft kunnen tegenwerpen.
4.3 In het rapport van MediFirst van 16 januari 2014, dat op verzoek van verweerder is opgesteld, wordt door de medisch adviseur gesteld dat tijdens het onderzoek is gebleken dat verzoeker aangeeft geheugenproblemen te hebben met betrekking tot gebeurtenissen die langer geleden gebeurd zijn. Verzoeker benoemt geen data. Voorts geeft verzoeker aan geen scholing gevolgd te hebben en analfabeet te zijn. De medisch adviseur heeft geadviseerd dat verzoeker kan worden gehoord, maar dat de vraagstelling kort en niet complex dient te zijn, anders begrijpt verzoeker de vraagstelling niet.
In dit verband is voorts van belang dat verweerder zelf het beleid hanteert dat, indien de vreemdeling de gestelde medische aspecten heeft gestaafd met een rapportage van het IMMO, dat de inhoud van deze rapportage wordt meegenomen bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van het asielrelaas (het beleid, zoals neergelegd in paragraaf C14/3.5.2. van de Vreemdelingencirculaire 2000 zoals deze gold tot 1 april 2013, maar niet is gewijzigd in het thans vanaf 1 april 2013 geldende beleid, waarin deze letterlijke tekst in de Vreemdelingencirculaire niet meer voorkomt, nu het Wijzigingsbesluit Vreemdelingencirculaire (WBV) 2012/25 van 19 december 2012 blijkens de toelichting geen inhoudelijke wijziging betreft, maar enkel een wijziging van de structuur van de Vreemdelingencirculaire en de wijze waarop de tekst is geformuleerd).