Uitspraak
Rechtbank Den HAAG
Internationale kinderontvoering
Beschikking op het op 6 januari 2014 ingekomen verzoek van:
[de moeder],
[de vader],
Procedure
- het verzoekschrift;
- de brief d.d. 13 februari 2014 van de zijde van de moeder.
- de moeder en haar advocaat;
- de heer C.M.L.F Maalouf, advocaat te Libanon, die de moeder vertegenwoordigt in gerechtelijke procedures in Libanon.
Feiten
- Partijen zijn gehuwd op [huwelijksdatum] te [huwelijksplaats].
- Uit dit huwelijk zijn geboren de minderjarigen:
- Op 24 april 2004 zijn partijen samen met de minderjarigen voor een vakantie naar Libanon gegaan. Na drie weken is de moeder zonder de vader en de minderjarigen teruggekeerd naar Nederland. De minderjarigen zijn sedertdien niet meer in Nederland geweest.
- Op 4 juni 2004 heeft de moeder aangifte tegen de vader gedaan, onder meer wegens het opzettelijk onttrekken van de minderjarigen aan haar gezag. Op 21 augustus 2004 is een Europees arrestatiebevel uitgevaardigd jegens de vader op grond van een bevel opsporing, aanhouding en voorgeleiding van de officier van justitie te Alkmaar.
- Bij vonnis in kort geding van de voorzieningenrechter van de rechtbank Alkmaar d.d. 26 juli 2004 is – voor zover hier van belang –:
- Bij beschikking voorlopige voorzieningen van de rechtbank Alkmaar d.d. 2 september 2004 zijn de minderjarigen aan de moeder toevertrouwd.
- Op 28 september 2004 heeft de moeder de Nederlandse Centrale Autoriteit (CA) uitdrukkelijk volmacht gegeven tot teruggeleiding van de minderjarigen, waarop de CA heeft medegedeeld dat zij in deze kwestie slechts een bemiddelende rol kan vervullen omdat Libanon geen partij is bij kinderrechtelijke verdragen. De bemiddeling door de CA heeft tot op heden niet tot resultaat geleid.
- Bij beschikking van de rechtbank Alkmaar d.d. 23 december 2004 is – voor zover hier van belang –:
Beoordeling
- [minderjarige 1], op [geboortedatum] te [geboorteplaats], en
- [minderjarige 2], op [geboortedatum] te [geboorteplaats],