ECLI:NL:RBDHA:2014:17027
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar huurtoeslag 2009 en toepassing CIZ-verklaring bij verzorgingsbehoefte
Eiseres maakte bezwaar tegen de definitieve vaststelling van haar huurtoeslag over 2009, waarbij zij verzocht rekening te houden met de verzorgingsbehoefte van haar inwonende zoon. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding en wees het verzoek af omdat geen CIZ-verklaring was overgelegd.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was verklaard omdat het bezwaarschrift te laat was ingediend en eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding. Tevens werd geoordeeld dat zonder een CIZ-verklaring niet voldaan was aan de wettelijke vereisten om het inkomen van de inwonende zoon buiten beschouwing te laten.
Eiseres stelde dat zij door verblijf in het buitenland de definitieve berekening later ontving en gegevens moest opvragen, maar dit werd niet voldoende geacht om het termijnverzuim te verontschuldigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De rechtbank zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van termijnen in bezwaarprocedures en het belang van het overleggen van een indicatieverklaring bij verzoeken om bijzondere situaties in huurtoeslagberekeningen.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar bezwaar en de afwijzing van haar verzoek om het inkomen van haar inwonende zoon buiten beschouwing te laten, wordt ongegrond verklaard.