ECLI:NL:RBDHA:2014:17011
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen uitzetting op grond van Dublinverordening en Vreemdelingenbesluit 2000
De eiser, een Iraanse asielzoeker die doof is en gezondheidsproblemen heeft, verzocht de rechtbank om een voorziening tegen zijn uitzetting naar Frankrijk, omdat hij meent dat de Franse autoriteiten niet op de hoogte zijn van zijn kwetsbaarheid en dat zijn opvang niet gewaarborgd is.
De staatssecretaris wees het verzoek af op basis van de Dublinverordening en het Vreemdelingenbesluit 2000, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris niet in strijd heeft gehandeld met het toepasselijke recht en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waardoor aangenomen mag worden dat Frankrijk zijn verdragsverplichtingen nakomt.
De voorzieningenrechter nam mee dat de medische situatie van eiser niet zodanig is dat een schending van artikel 3 EVRM Pro dreigt en dat de Franse autoriteiten op de hoogte worden gesteld van zijn handicap. Ook het korte verblijf en de opgebouwde sociale banden in Nederland rechtvaardigen geen uitzondering op de overdracht.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werden geen proceskosten toegewezen. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot uitzetting naar Frankrijk wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.