ECLI:NL:RBDHA:2014:17007
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Polen op grond van Dublinverordening
Eiser, een Georgische asielzoeker, diende een aanvraag tot verblijfsvergunning asiel in Nederland in, welke werd afgewezen omdat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening. Polen had ingestemd met de overname van eiser, die in het bezit was van een geldig visum afgegeven door Polen.
Eiser voerde aan dat hij onvoldoende geïnformeerd was over de Dublinprocedure en dat hij risico liep op onrechtmatige detentie en uitzetting in Polen. Tevens stelde hij dat zijn broer, die van hem afhankelijk zou zijn, in Nederland verbleef, wat een uitzondering zou kunnen rechtvaardigen op grond van artikel 16 van Pro de Verordening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat eiser weliswaar niet volledig en tijdig was geïnformeerd, maar dat dit hem niet benadeeld had. De broer van eiser had nog geen wettig verblijf in Nederland, waardoor artikel 16 niet Pro van toepassing was. Verder was er geen concrete aanwijzing dat Polen zijn verdragsverplichtingen zou schenden, zodat het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing bleef.
Hierdoor was de afwijzing van de asielaanvraag door Nederland terecht en werd het beroep ongegrond verklaard. Ook het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de overdracht naar Polen wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.