ECLI:NL:RVS:2014:1278
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtsgevolgen afwijzing verblijfsvergunning asiel ondanks rapporten over Polen
De staatssecretaris wees op 2 augustus 2013 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de voorzieningenrechter, die het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen. Zowel de vreemdeling als de staatssecretaris gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De vreemdeling betoogde dat overdracht aan Polen niet mogelijk was vanwege slechte omstandigheden aldaar, onderbouwd met rapporten van BCHV, HFHR en AIDA. De staatssecretaris stelde dat ondanks tekortkomingen in het Poolse asielsysteem het interstatelijk vertrouwensbeginsel blijft gelden en dat overdracht verantwoord is, mede omdat medische zorg beschikbaar is en procedures worden gevolgd.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris in zijn aanvullend verweerschrift en brief voldoende had gemotiveerd waarom het vertrouwensbeginsel niet doorbroken is. De rapporten tonen tekortkomingen, maar niet zodanig dat overdracht aan Polen onrechtmatig is. De Raad vernietigde daarom de uitspraak van de voorzieningenrechter voor zover deze de rechtsgevolgen van het besluit niet in stand liet en bepaalde dat het besluit geheel in stand blijft.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van de vreemdeling. Hiermee is bevestigd dat de vreemdeling niet kan worden beschermd tegen overdracht aan Polen op basis van de aangevoerde omstandigheden en rapporten.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel blijven geheel in stand.