ECLI:NL:RBDHA:2014:16649
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter in bestuursrechtelijke zaak minister van Defensie
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die zijn bestuursrechtelijke zaak tegen de minister van Defensie behandelde. Het verzoek was gebaseerd op vermeende onpartijdigheid, waaronder een vooraf gevormd oordeel, onvoldoende voorbereiding, en een spottende houding van de rechter.
De wrakingskamer oordeelde dat verzoeker ontvankelijk was omdat het verzoek tijdig werd ingediend, kort na de comparitie. Uit het proces-verbaal en de zitting bleek dat de rechter beide partijen kritisch heeft bevraagd en de regie over de zitting voerde zonder het recht op hoor en wederhoor te schenden.
De kamer vond geen aanwijzingen voor partijdigheid of schending van procedurele rechten. De indruk van een spottende houding werd als subjectief beoordeeld en onvoldoende onderbouwd. Ook de vermeende onvoldoende voorbereiding werd niet aannemelijk gemaakt.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en werd bepaald dat de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen en het proces wordt voortgezet.